Arbeidsongevallen

Arbeidsongevallen


Ieder jaar vinden er rond de 200.000 bedrijfsongevallen plaats met letsel en verzuim tot gevolg.
Als een werknemer verzuimt door ziekte dan zal de werkgever in de meeste gevallen het loon moeten
doorbetalen. Als dit verzuim wordt veroorzaakt door een arbeidsongeval waarvoor de werkgever aansprakelijk
is dat echter niet het enige waartoe de werkgever verplicht is.
De gevolgen van een bedrijfsongeval kunnen zowel voor een werkgever als een werknemer groot zijn. Niet
alleen kan dit arbeidsongeschiktheid tot gevolg hebben maar ook andere schade. Denk aan medische kosten,
vervoerskosten maar ook aan een vergoeding voor huishoudelijke hulp en smartengeld. Alles wat op geld
waardeerbaar is, komt in beginsel voor vergoeding in aanmerking, ook psychische schade en verlies aan
verdiencapaciteit. De schade kan dus behoorlijk oplopen.
De werkgever is wettelijk verplicht om zorg te dragen voor de veiligheid van zijn werknemer. In de wet staat
deze regel beschreven in lid 2 van art. 7:658 BW:

“De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de
uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde
verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste
roekeloosheid van de werknemer.”

Kort gezegd is de werkgever verplicht om de werkplek zo in te richten dat deze zo veilig mogelijk is. Dit staat
eveneens in art. 7:658 BW, in lid 1:

“De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid
doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de
arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te
voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.”

De werkgever heeft een zorgplicht. Die kan ver gaan, maar daar tegenover dat de eisen aan de werkgever wel
redelijk moeten zijn. Wat de eisen precies inhouden verschilt per geval. Waar werkgeversaansprakelijkheid veel
voorkomt zijn ongevallen met onveilige werktuigen (bijvoorbeeld vleesmachines). Er zijn echter ook minder
voor de hand liggende ongevallen. Denk bijvoorbeeld ook aan de werkplek bij de werknemer thuis, op locatie
of bij een inlener. Indien iemand via een uitzendbureau werkt kan het voorkomen dat zowel de het inhurende
bedrijf als het uitzendbureau aansprakelijk zijn! Ook voor letsel van ZZP’ers, stagiaires en zelfs vrijwilligers
bestaat onder omstandigheden werkgeversaansprakelijkheid.

De aansprakelijkheid van de werkgever wordt verder uitgebreid in art. 7:611 BW waarin de werkgever wordt
verplicht om zich als een ‘goed werkgever’ te gedragen. Dit goed werkgeverschap kan inhouden dat de
werkgever aansprakelijk is voor schade van zijn werknemer die in de uitoefening van zijn werkzaamheden
ontstaat. Dat kan zover gaan dat de werkgever het risico draagt voor ongevallen die hij niet had kunnen
voorkomen.

Ook voor verkeersongevallen kan de werkgever aansprakelijk zijn, tenminste als die zich voordoen in ‘de
uitoefening van de werkzaamheden’. Denk bijvoorbeeld aan een koerier die tijdens het wegbrengen van een
pakketje een ongeval krijgt. Woon-werkverkeer valt daar in principe buiten. Ook daar bestaan echter
uitzonderingen op, bijvoorbeeld als het vervoer door de werkgever geregeld wordt. Bij aansprakelijkheid gaat
het niet alleen om autoverkeer, maar bijvoorbeeld ook om een thuiszorgmedewerker die zich per fiets van het
ene naar het andere adres begeeft.

Als in het kader van het werk aan het verkeer wordt deelgenomen, is de werkgever verplicht daarvoor een
verzekering af te sluiten. Die verzekering moet dekking bieden voor schade door ongevallen van werknemers.
Doet de werkgever dit niet, dan kan hij zelf opdraaien voor de schade.

Een ander belangrijk aspect van artikel 7:658 BW is dat de werkgever een groot deel van de bewijslast draagt.
De werknemer draagt de bewijslast voor de schade en het verband tussen de schade en het werk. De
rechtbank heeft echter bepaald dat een werknemer niet hoeft te kunnen bewijzen wat er precies gebeurd is
tijdens het ongeval.

Als de werknemer die eerste drempel eenmaal genomen heeft, heeft de werkgever het grootste deel van de
bewijslast. Die zal onder meer moeten aantonen dat hij de werkplek zo veilig mogelijk heeft gemaakt.
Deze regels over de bewijslast moeten niet onderschat worden. Ze hebben belangrijke consequenties voor de
uitkomst van een gerechtelijke procedure.

Voor letselschadezaken werkt Arbeidsrecht Noord Advocaten samen met mevrouw mr. D.N. du Bois van
Du Bois Advocatuur.